Stads- en dorpshoreca

Het lijkt me best een behoorlijke overweging: start ik mijn nieuwe horecazaak in het centrum van een drukke stad of in een lieflijk plaatsje waar de gast bewust voor jou naar toe moet reizen.

Natuurlijk, in de stad heb je passanten, maar die passanten hebben ook veel keuzes. En wie speciaal voor jou komt zal een parkeerplaats moeten vinden en daar ook steeds meer voor moeten betalen, terwijl de gast komt voor jou en niet voor de parkeerorganisatie.

Daarnaast zijn er voor ondernemers de hoge kosten van stadsgemeenten, denk alleen al aan precariorechten en is er een zeer beperkende regelgeving zoals een verbod op zijflappen bij terrasoverkappingen en het beperken van terrasverwarmingen. Maar ook toeleveranciers worden beperkt in zowel aanleveringstijden (tot 11.00 uur) als in brandstofgebruik van hun auto’s.

Logisch dus dat nogal wat toonaangevende horeca kiest voor locaties buiten de stadscentra.  Heerlijk toch om naar een mooie lunch in Reymerstok, Eijsden, Strucht of Ubachsberg toe te rijden door een aangenaam landschap.

Steden zijn trots op hun eventuele Michelinsterren, Maastricht betaalt zelf een aardig bedrag om de steruitreikingen naar de Limburgse horeca te halen. Die trots mag, maar het zou mooi zijn als die steden meer faciliteren in ruil voor de precariorechten en toeristenbelastingen. Gastvrijheid is er ook voor de gastgevende overheid!

Bert Salden
hoofdredacteur Gastvrij Magazine