Hoera, ik ben een babyboomer!
Wie tussen 1945 en 1965 geboren is, behoort tot de generatie van de ‘babyboomers’. Zélf ben ik in het jaar 1954 geboren en behoor dus tot de harde kern van deze gelukkigzalige generatie. “Babyboomers zijn opgegroeid in een tijd van emancipatie en protest, gaan maatschappelijke veranderingen niet uit de weg en zijn positief ingesteld over de toekomst!” aldus de AI-instelling op Google. Velen van ons groeiden op met vaders die regelmatig alcohol dronken. Was dit erg? Helemaal niet! Onze vaders konden daar immers niets aan doen. “Alcohol was destijds een middel om het aanhoudende verdriet van de Tweede Wereldoorlog te verwerken” concludeert Tim Overdiek in zijn boek ‘Zwijgende Vaders’ (2024).
Toch ben ik er heilig van overtuigd dat het drinkgedrag van mijn vader méér te maken had met diens lidmaatschap bij de plaatselijke fanfare dan met het onbewust verwerken van een oorlogstrauma. Mijn vader was een ’sociale drinker’ en dat heb ik bewust van hem overgenomen. Thuis drink ik geen druppel alcohol maar zet mij niet in een etablissement met volledige vergunning. Dan treed ik vol vreugde in de voetsporen van mijn vader en ga, mede dankzij het gebruik van voldoende alcoholische versnaperingen, spontaan diepgaande gesprekken aan met andere sociale drinkers.
Goddank was mijn vader ook nog katholiek. Ook dít fenomeen kent (drank-technisch) veel voordelen. Alcohol, met name wijn, wordt in de bijbel immers beschreven als iets positiefs. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de legendarische bruiloft te Kana. Daar verrichtte ‘De Here Jezus’ zijn eerste wonder door water in wijn te veranderen. Na deze geslaagde ingreep groeide het aantal gelovigen gestaag. Alcohol speelt ook een belangrijke rol tijdens de eucharistieviering: hier wordt wijn veranderd in ‘het bloed van Christus’ dat vervolgens door meneer pastoor in z’n eentje wordt opgedronken. Gelukkig bestaan er ook geestelijken die guller omgaan met hun brouwsels. Denk maar eens aan de monniken die hun trappistenbier wereldwijd beschikbaar stellen aan alle gelovigen (én ongelovigen) die vatbaar zijn voor vloeibaar levensgeluk. Waarvoor hulde!
Terwijl ik bovenstaande beschouwingen vrijelijk op u loslaat, realiseer ik mij dat wij ons midden in de ‘vastentijd’ bevinden. In deze periode worden wij geacht om minder vlees alsook minder alcohol te nuttigen. “Hoe gaat de gemiddelde babyboomer hiermee om?” Ook tijdens de vastentijd bleef het lot ons gunstig gezind. De meeste vaders van ‘babyboomend Limburg’ werkten destijds ondergronds in de mijn. Vanwege die zware fysieke arbeid waren mijnwerkers (én hun gezin) door de katholieke overheid vrijgesteld van deze strikte vastenregels. Wij aten en dronken dus gewoon door.
Ook tijdens mijn laatste levensjaren als babyboomer blijf ik tijdens de vastentijd rustig doordrinken, mede op doktersadvies. ‘Vasten’ kan bij bejaarde babyboomers immers onbedoeld tot uitdroging leiden. Veertig dagen níet of nauwelijks drinken zorgt onverwijld voor vermoeidheid, hoofdpijn en concentratieproblemen. Dat staat wetenschappelijk onomstotelijk vast. Vandaar dat ik geen enkel risico neem en de uitbaters van de natte horeca, ook in deze voor hun moeilijke vastenperiode, van harte blijf steunen!


